Benoeming AMATEUR VAN HET JAAR 1991

Considerans, uitgesproken door ir. D.W. Rollema, PAØSE,
tijdens de Dag voor de Amateur te Biddinghuizen op 24 oktober 1992.

Mijnheer de voorzitter, dames en heren,

Radio-amateurs uit de begintijd van de radio waren verplicht hun toestellen zelf te maken. Zelfs de onderdelen daarvoor waren meestal niet te koop, of - wanneer dat wel het geval was - voor de meesten te duur. Dus werden kristaldetectoren, elektrolytische detectoren, spoelen met één of twee glijcontacten, omschakelbare condensatoren gemaakt van bladtin tussen laagjes papier of glas, draaicondensatoren, ja, zelfs hoofdtelefoons zelf gemaakt.

Tot die radiopioniers van het eerste uur behoorden bijvoorbeeld ook A. Veder, oprichter van het Wetenschappelijk Radiofonds Veder en J. Corver, bekend auteur van boeken over radio.

Zoals gezegd, de pioniers maakten vrijwel alles zelf. De resultaten met die in onze ogen primitieve apparatuur deden echter niet onder voor wat met commerciŰle installaties werd bereikt. In sommige opzichten lagen amateurs zelfs vˇˇr op de beroepsradiomensen. Bekend is dat radiozendamateurs begin jaren twintig de mogelijkheden ontdekten die de kortegolf biedt tot het maken van verbindingen met gering zendvermogen over zeer grote afstanden . Het gebied van de golven korter dan 200 meter, dat als nagenoeg onbruikbaar werd beschouwd en daarom met name in de Verenigde Staten aan de amateurs was toegewezen, werd daarna ook door de professionals gretig geëxploiteerd.

Dat zelf maken van apparatuur is tot 1945 kenmerkend geweest voor de radiozendamateur, zeker was dat in Europa het geval. Slechts zeer gefortuneerden konden zich voor de oorlog een Amerikaanse communicatie-ontvanger van het fabrikaat National, Hallicrafters of Hammarlund veroorloven, maar dat bleven uitzonderingen.

Na de Tweede Wereldoorlog veranderde dat. In de zogenoemde dumpwinkels was militair materieel uit de oorlog in grote verscheidenheid te koop tegen amateurvriendelijke prijzen. Daar waren ook communicatie-ontvangers bij en die werden door veel amateurs gekocht en gebruikt. Tegen het eind van de jaren vijftig kwam ook speciaal voor de amateur ontworpen apparatuur op de markt. De grote doorbraak van fabrieksapparatuur voor de radio-amateur vond plaats in de jaren zestig en zeventig; eerst nog van voornamelijk Amerikaanse oorsprong, later in hoofdzaak uit Japan.

Zo zien we dat vandaag de dag het merendeel van de radio-amateurs gebruik maakt van gekochte apparatuur, waarbij het accent van de hobby zich van de technische kant naar het communicatie-aspect heeft verplaatst.

Toch is er een groep amateurs die plezier beleeft aan het zelf maken van apparatuur. Procentueel is die groep misschien niet zo groot, in absoluut aantal echter aanzienlijk van omvang, mogelijk wel groter dan ooit. Kijkt u bijvoorbeeld maar eens rond op de tentoonstelling van zelfgemaakte apparatuur, elders in dit gebouw. Tot die grote omvang zal zeker het feit hebben bijgedragen dat radio-onderdelen nooit zo goedkoop zijn geweest als thans; de prijs van zelfs vrij exotische halfgeleiders wordt eerder in dubbeltjes dan in guldens uitgedrukt. Vergeleken met de situatie van vroeger, met name die van voor de oorlog, leeft de zelf-apparatuur-makende-amateur vandaag in een paradijs.

Waarom hanteren die amateurs met zoveel enthousiasme de soldeerbout? Sommigen omdat ze daaraan gewoon veel plezier beleven en het maken van radioverbindingen met zelfgemaakte spullen hun meer voldoening schenkt dan het gebruik van een gekocht apparaat.

Er is echter ook een categorie die is aangewezen op zelf maken omdat er voor hen niets te koop is. Dat zijn de pioniers van de zeer hoge frequenties: SHF, Super High Frequencies, en EHF, Extremely High Frequencies. Het aantal gebruikers van die banden is nog zo gering dat het voor fabrikanten niet interessant is daar apparatuur voor te ontwikkelen en op de markt te brengen. Dus moeten die amateurs zelf aan de slag. Ze zijn te vergelijken met die van het eerste uur: niet alleen maken zij hun zenders, ontvangers en antennes zelf; ook de eigenschappen van de propagatie - voortplanting - van zulke extreem korte radiogolven wordt door hen onderzocht. En de ervaring heeft geleerd dat dit propagatie-onderzoek door amateurs ook wetenschappelijk nuttige resultaten kan afwerpen.

De Amateur van het Jaar 1991 behoort tot die categorie pioniers van de extreem hoge frequenties. Hij vervult een voortrekkersrol in de amateurwereld en de wijze waarop hij zelf zijn apparatuur construeert en daarmee werkt verdient de hoogste lof. Zijn onderzoekingen hebben zich onder andere met succes gericht op de 24 en 47 GHz-amateurbanden, golflengten van resp. circa 1,25 cm en 6,4 mm!

Dames en heren, als bestuurslid van de Stichting Wetenschappelijk Radiofonds Veder is het mij een eer en een genoegen u mede te delen dat dit Bestuur het voorstel van het hoofdbestuur van de VERON heeft overgenomen en benoemt tot Amateur van het Jaar 1991.....ja, wie?

Dat gaat u horen van mevr. Françoise Kosters, die ik nu gaarne het woord geef.

Ik dank u voor uw aandacht.

Amateur van het Jaar 1991 is de heer J.C.J. van Alphen, PAØEHG te Boskoop