Benoeming AMATEUR VAN HET JAAR 2012
Considerans, uitgesproken door prof.ir. K.H.J. Robers,
PAØKLS, tijdens de Dag voor de Radioamateur te Apeldoorn op
2 november 2013
Mijnheer de voorzitter, dames en heren,
Jaren geleden circuleerde er in ons land een mop over de Belgische Rijkswacht.
Je had daar agenten met drie gouden strepen,daaraan zag je dat ze konden lezen
en schrijven. Er waren ook agenten met twee gouden strepen, die wisten hoe je
moest lezen en schrijven. En dan waren er nog agenten met één
gouden streep; die kenden iemand die kon lezen en schrijven. En dan hebben we
het nog niet eens gehad over de zilveren strepen.
Ik moet mij natuurlijk achteraf verontschuldigen bij onze Belgische vrienden; dit
was een grap hè? Een zogenaamde Belgenmop. Maar die kent men bij u toch
ook over dieën Ollanders, hè? Zo heeft elk volk wel zoiets. Zeker en
vast.
Toch zit hier meer achter. Bezien wij de reeks: iemand kennen die..., alleen
weten hoe.... en het ook kunnen, dan is die reeks aan het begin uit te breiden
naar: er alleen over praten, zonder te weten hoe het zit. Wij komen dit helaas
veel te vaak tegen, denk maar eens aan de politiek. Soms laat iemand zich daar
ontvallen dat het alleen maar lastig is om te weten hoe het ècht
zit.
O, over politiek gesproken. Ik hoorde onlangs een verhaal.... U weet allen dat
er de laatste jaren in de politiek veel gepraat wordt over zogenaamde "duurzame
energie". Nederland loopt daarbij vèr achter op Duitsland, waar
véél meer windmolens staan en het begint daar intussen lastig te
worden om nog een dak te vinden zonder zonnenpanelen. Als de zon schijnt of de
wind waait dan kunnen van lieverlee de elektriciteitscentrales uit gezet of
geknepen worden.
Onlangs was er een zondag in het voorjaar, waarop de zon volop scheen, het was
immers zóndag, en het woei hard. Alle windmolens in Noord Duitsland
draaiden dat het een lieve lust was en ook de zonnenpanelen leverden volop
energie aan het net. Nadat de laatste centrale was stilgelegd was er een groot
probleem. Wáár laten we de energie? De industrie en de kantoren
waren dicht en de wegbeheerders waren niet bereid overdag de straatverlichting
aan te schakelen, want dat zou hen onnodig geld kosten. Uiteindelijk was
Nederland bereid het overschot aan elektrisch vermogen op te nemen, waarbij er
40 cent per kilowattuur door Noord Duitsland werd bijbetaald. Wáár
gebeurd, ècht waar.
Tot zover dit uitstapje naar de duurzame wereld. Praten, kennen, weten, kunnen.
Ook aan de bovenkant kunnen we dit lijstje uitbreiden. Want je kunt dan
misschien wel iets, maar doe je het ook?
Ook in de academische wereld zijn er van dit soort verschillen. Een Delftse
collega van mij deelde altijd de mensen daar in twee groepen in: de pluizers en
de doeners. De pluizers zijn de wetenschappers. Zij pluizen alles uit totdat ze
er alles van weten. Vervolgens schrijven ze het precies op, publiceren dat en
dan beginnen ze aan iets anders. Deze onderzoeker zijn de doctors en de
doctorandussen, tegenwoordig heten die laatsten: Master of Science.
Voor de doeners begint hierna de pret pas. Zij passen de nieuwe kennis toe om
iets nieuws te doen, iets nieuws te maken. Dat is natuurlijk best spannend en
ook gevaarlijk, want dan pas kom je er achter dat de werkelijkheid vaak
weerbarstiger is dan je dacht, nou ja, dan je hoopte. Maar soms ook ontdek je
iets onverwachts, iets waarvan anderen zeker wisten dat het niet kon. In Delft
zijn dit: de ingenieurs.
Radiozendamateurs behoren zonder twijfel tot de doeners. De academische pluizers
kijken daar argwanend op neer, want stel je voor dat er iets onverwachts uit
komt, iets waar jij als pluizer nooit op zou komen? Wij kennen genoeg
voorbeelden. Waarom moest de overbrenging van berichten wachten op een amateur
als Marconi? Alles lag toch al kant en klaar in de formules van Maxwell?
Achteraf kon je daaruit toch alles gewoon verklaren?
Uit diezelfde formules leid je ook zó af dat radiogolven de afstand die
zij afleggen vergelijken met hun golflengte. Een bepaalde afstand is voor hen:
zoveel golflengten. Dus hoe groter je de golflengte maakt, hoe dichter bij iets
is. Voor het overbruggen van gróte afstanden, in kilometers, moet je dus
lánge golven gebruiken, omdat dan diezelfde afstand, in golflengten
gerekend, kleiner is. Simpel toch? Zo klaar als een klontje. Korte golven, daar
heb je niks aan.
Ik hoef U niet te vertellen dat het heel anders liep. Jonge enthousiastelingen,
die niet in bedwang gehouden konden worden, namen het initiatief en ontdekten
dat als je het dééd, dat het héél veel beter ging
dan de wetenschappers voorspelden. Oef, minpuntje voor de wetenschappers. Kijk,
dáár zijn ze nou zo bang voor.
Het is opvallend dat het jonge mensen waren die dit deden. Je zou haast zeggen:
"Niet gehinderd door kennis van zaken", maar dat doet onrecht aan hen. Beter is
dan misschien: "Tegen beter weten in". Want het zijn erg vaak jonge mensen.
Marconi was ook pas 19 toen hij zijn eerste proeven met radio deed. En dacht u
dat hij wist dat het kòn? Maar hij wist ook niet dat het niet kon. Hij
probeerde gewoon tot hoe ver het ging. Want wat heb je op die leeftijd nou voor
ervaring? Die moet je nog helemaal opbouwen. Nou, dat deed hij ook. En iedereen
stond er bij en keek er naar, al gauw met open mond.
Nog steeds zien wij jongeren in onze hobby stappen, die wij later terug zien als
heel fanatieke radiozendamateurs en zeer gewaardeerde technici. In het wat
minder recente verleden was de overvloedig beschikbare dumpapparatuur uit
legervoorraden daar een enorme aanjager voor. Immers, voor een appel en een ei
kocht je een groene transceiver of een ontvanger en eventueel de daarbij
behorende zender. En als je die niet hebt gesloopt om een voorraadje onderdelen
aan te leggen, of hem hebt "verbeterd" tot hij onherkenbaar geworden was, kijk
je daar nog steeds regelmatig met een nostalgisch gevoel naar. Menig
radiozendamateur steekt hem af en toe nog eens aan en is min of meer verbaasd
dat je daar nog steeds amateurs mee hoort, of zelfs een QSO mee maakt.
Vaak keek ik in die tijd ook naar de opvallende dumpontvangers BC683 en BC603
met hun tien mooie glimmende drukknoppen zigzag onder elkaar. Wie heeft ze niet
in de etalages van de dumpwinkeltjes zien staan? Leuk als achterzet voor de
ontvangst van communicatie in FM. Op de ene, ik meen de 603, stemde je de
15-meter amateurband en ook de 27-MHz band af. Menige jongen is via die weg
uiteindelijk in het radiozendamateurisme beland.
Door te doen kwam de behoefte aan kennis min of meer vanzelf. Als je verder
wilde had je die ook nodig, want het zendexamen is een behoorlijke hobbel
techniek om te nemen. Aan de andere kant, er mag best wat achtergrondkennis
worden verwacht voordat je je eigen bouwsels op de ether los laat. Gelukkig zijn
er in diverse afdelingen van de VERON de amateurcursussen die opleiden voor dit
examen.
Het radiozendamateurisme is behalve een beweging van doeners ook een club van
wetenschappers. Zij zijn voor zover ik weet nog de enigen die de propagatie van
elektromagnetische golven bestuderen. Dat wil zeggen de voortplanting over grote
afstanden, door de ionosfeer. Het organiseren en uitvoeren van een DX-peditie
naar een onbekende plek of het meedoen aan een contest is in wezen het
bestuderen van de voortplanting van radiogolven. Na verloop van tijd
wéét je wat je op welke frequentie kunt verwachten. De resultaten
worden bovendien gepubliceerd. Het bijzondere is bovendien dat er altijd op de
rand van de mogelijkheden gebalanceerd wordt. Dat is een gebied waar de
commerciële en professionele radio geen belangstelling voor heeft. Het is
dus ook nog eens uniek.
Sommigen gaan daar heel ver in. Door toevallige ontmoetingen zie je amateurs mee
gaan doen met contestgroepen die aan de andere kant van het land werken. Daarmee
worden nieuwe vriendschapsbanden gesmeed en dat maakt de amateurgemeenschap
hecht.
Het werken op de grens van de mogelijkheden zie je al helemaal bij die amateurs
die zich aangetrokken voelen tot het maken van verbindingen via reflectie tegen
de maan. Voor deze EME-verbindingen moet je ongeveer alles uit de kast halen dat
er maar in zit. De demping aarde-maan-aarde is iets van 200 dB en dat is
véél. Een héél grote antenne en veel vermogen is dan
nodig, anders gaat het gewoon niet.
Radiozendamateurs nemen vaak zelfstandig initiatief tot het aanpakken van
ambitieuze klussen. Héél erg ambitieus was natuurlijk enkele jaren
geleden het initiatief om de radiotelescoop in Dwingelo te reactiveren. Die was
niet meer zo interessant nadat de synthesetelescoop in Westerbork operationeel
werd. Hij was op non-actief gesteld en men wachtte eigenlijk tot hij in zou
storten. Met zo'n grote parabool kun je meer leuks doen dan naar sterrenruis
luisteren. Want dit is nou ècht een onbehoorlijk grote antenne. Als je
dáármee nou eens EME-verbindingen zou kunnen maken? Het water
loopt je als het ware in de mond.
Echter, de jaren stilstand hadden het gestel geen goed gedaan. "Rust roest" is
het gezegde en roest was er volop. In het afgelopen jaar is daar rigoureus wat
aan gedaan. Dit was geen amateurwerkje, dit moest (helaas) professioneel
gebeuren. De schotel en zijn onderstel zijn een jaar "uit de lucht" en uit
elkaar geweest en zijn grondig gerenoveerd. Er is daarvoor kapitaal verzameld en
nog steeds is het dan mogelijk vriendenprijsjes te bedingen. Het bedrijfsleven
staat gelukkig heel positief tegenover dit soort constructieve initiatieven. Het
was af en toe wel even de tenen bij elkaar knijpen, maar alles staat er weer en
als binnenkort ook de besturing en de infrastructuur weer operationeel zijn, dan
kan "Dwingelo" er weer tientallen jaren tegen.
Dat zoiets niet het werk van één persoon is, moge duidelijk zijn.
Hier zit een heel team, inmiddels hechte vrienden achter. Voor het overgrote
deel zijn het radiozendamateurs. Het Vederfonds heeft al eerder aandacht
geschonken aan deze groep vrijwilligers. Zij zijn het die, meestal al vanuit hun
jeugd, geleerd hebben dat het nemen van initiatieven zomaar tot succes kan
leiden. Ga ervoor, zet door en laat het heel duidelijk weten.
Dat laatste nu, is van veel groter belang dan wij wel eens denken. Veel
radiozendamateurs doen hun experimenten, leren daarvan en passen die kennis
vervolgens toe; met andere woorden: doen er iets mee en komen verder. Maar in
vele gevallen is het enorm belangrijk je kennis uit te dragen, er duidelijk
zichtbaar enthousiast over te zijn en te zorgen dat anderen er óók
enthousiast over worden. Dat kan door het geven van presentaties, voordrachten
op VERON afdelingsbijeenkomsten, of op internationale conferenties. Bovendien
heeft de VERON zijn wetenschappelijke tijdschrift Electron, waarin uitingen van
enthousiasme over zaken die het radiozendamateurisme raken zeer op hun plaats
zijn. Dit is het praten en schrijven over dingen waarvan je héél
goed weet waar het over gaat. Zo werk je aan draagvlak bij anderen voor de
dingen die jij belangrijk vindt.
Dames en heren, het verheugt het bestuur van de Stichting Wetenschappelijk
Radiofonds Veder dat het Hoofdbestuur van de VERON een radiozendamateur heeft
voorgedragen als Amateur van het jaar 2012, die er niet alleen over praat, maar
het ook weet, het doet en eigen initiatieven ontplooit. Het Stichtingsbestuur
heeft deze voordracht dan ook gaarne overgenomen.
Dan wil ik nu graag het woord geven aan de voorzitter van het Wetenschappelijk
Radiofonds Veder, mevrouw Françoise Kosters. Zij zal u gaan onthullen wie
de titel Radioamateur van het Jaar 2012 gaat dragen.
Mevrouw F. Kosters, voorzitter van het Vederfonds:
Meneer de voorzitter dames en heren,
Sinds 1962 benoemt het Wetenschappelijk Radiofonds Veder jaarlijks een amateur
van het jaar. Het hoofdbestuur van de Veron draagt elk jaar iemand voor. Deze
voordracht wordt dan door het bestuur van het Vederfonds overgenomen. De
wisselbeker wordt voorzien van een nieuwe naam en wordt weer opgepoetst, en de
oorkonde kan worden opgesteld.
Dit jaar begon de voordacht van de Veron met de woorden: Betrokken, Actief en
Trendsettend. Ik dacht nog: dat is wel heel wat voor één persoon,
maar na het lezen van zijn levensverhaal begreep ik de woorden Betrokken, Actief
en Trendsettend helemaal.
Het levensverhaal van de "Amateur van het Jaar" heeft mij een heel goed gevoel
gegeven; het heeft me weer hoop gegeven. Ik heb namelijk een huis vol pubers en
ze vinden natuurlijk alles leuker dan school. En zo is het ook begonnen
bij de amateur van het jaar. En zie, het is allemaal meer dan goed gekomen.
In 2009 heeft het Vederfonds voor de eerste keer in de geschiedenis achttien
beloningen uitgereikt aan een groep vrijwilligers die zeer enthousiast en
vol passie werken aan hetzelfde doel. De amateur van het jaar 2012 heeft
dezelfde passie en heeft hier ook hard en vol overgave aan mee gewerkt.
Voordat ik overga tot de bekendmaking van het amateur van het jaar 2012 Wil ik u
graag vertellen wat het Vederfonds is en waar het voor staat.
Het Wetenschappelijk Radiofonds Veder is in 1927 opgericht door mijn overgroot
vader Anton Veder. Anton Veder was zelf een bevlogen radiozendamateur van het
eerste uur, met een brede interesse voor alle gerelateerde ontwikkelingen. Langs
deze weg is de gedachte ontstaan om mensen die deelnemen aan de ontwikkeling van
deze wetenschap te steunen en vooral aan te moedigen.
Het bestuur van het Wetenschappelijk Radiofonds Veder bestaat uit een voorzitter
(een erfgenaam uit de rechte lijn), een secretaris, hoogleraren van de drie
technische universiteiten, vertegenwoordigers van de belangrijkste bedrijven op
het gebied van de radiotechniek en natuurlijk een vertegenwoordiger van de
radiozendamateurs. Op deze manier komt het Vederfonds in aanraking met alle
nieuwe ontwikkelingen op dit gebied. In 1929 werd de eerste wetenschappelijke
prijs uitgereikt. Bijna elk jaar wordt er een prijs uitgereikt maar het gebeurt
ook wel eens dat er geen Vederprijswaardige voorstellen zijn en dan wordt er
geen prijs uitgereikt.
Voordat Anton Veder het Vederfonds oprichtte was hij tien jaar voorzitter van de
NVVR, de Nederlandse Vereniging voor Radiotelegrafie. De NVVR is na de oorlog
opgegaan in de VERON. Uit die verbondenheid is rond 1962 het idee ontstaan om
jaarlijks een Amateur van het Jaar te benoemen.
Dan wil ik nu overgaan tot de bekendmaking van de Amateur van het Jaar 2012. De
Amateur van het Jaar 2012 is geworden:
De heer Jan van Muijlwijk PA3FXB uit Veendam.
Ik verzoek de heer van Muijlwijk naar voren te komen.
Hartelijk gefeliciteerd namens het Wetenschappelijk Radiofonds Veder.
Amateur van het Jaar 2012: Jan van Muijlwijk, PA3FXB

|